Het verschil tussen beroeps en passende arbeid bij een AOV voor zelfstandigen.

Beroepsarbeidsongeschiktheid betekent dat bij vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid het eigen verzekerde beroep leidend is.

Als u bijvoorbeeld architect bent en u heeft gekozen voor een verzekering op basis van het criterium beroepsarbeidsongeschiktheid, dan kunt u niet verplicht worden uw restcapaciteit te benutten voor een andere functie. Het kwalitatief beste arbeidsongeschiktheidscriterium is dus beroeps arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat alleen wordt beoordeeld of u uw beroep nog uit kunt oefenen. In de voorwaarden van veel arbeidsongeschiktheidsverzekeringen staat dat u wel passende arbeid binnen uw eigen onderneming dient te accepteren. Maar alleen binnen uw eigen onderneming wat in de praktijk meestal geen al te groot bezwaar is.

Kiest u bij het afsluiten van uw AOV voor het criterium passende arbeid, dan kijkt men dus naar opleiding, ervaring en vaardigheden en naar andere beroepen/werkzaamheden die men in redelijkheid van u kan verlangen. Er wordt gezocht naar een beroep welke in redelijkheid aan u kan worden opgedragen, daarbij rekening houdend met uw arbeidsverleden, arbeidspatroon, opleiding, salaris en lichamelijke of geestelijke beperkingen. Bij passende arbeid wordt u eerder geacht een vervangende functie te vervullen dan bij een beroepsarbeidsongeschiktheid.

Het meest ruime criterium is gangbare arbeid . In dat geval wordt u beoordeeld voor het verrichten van werk in algemene zin. Bent u in staat om vakken te vullen of de telefoon op te nemen dan bent u niet arbeidsongeschikt. Het zal u waarschijnlijk niet verbazen dat wij altijd een AOV met beroeps arbeidsongeschiktheid adviseren!